Het broekie van Jantje, Brief van een moeder aan haar zoon die in de nor zit en De schutterij (Daar komen de schutters)…Dit is zomaar een greep uit de repertoire van zanger en dichter Jacobus Hendrikus Speenhoff die aan het begin van de twintigste eeuw grote bekendheid verwierf in Nederland. Nog altijd staat op de Oude Binnenweg in Rotterdam (tegenover boekhandel Van Gennep) een standbeeld van Speenhoff, gekleed in een keurig (zwart) jasje en met de gitaar in zijn hand zoals hij altijd bij zijn optredens verscheen. Wie was deze Koos Speenhoff, zoals hij door het volk werd genoemd, nu eigenlijk?
Jacobus Hendrikus werd op 23 oktober 1869 in Kralingen geboren onder de naam De Jager. Zijn moeder was Magdalena de Jager, een eenvoudige vrouw uit katholieke kringen. Zijn (stief)vader was de succesvolle protestantse koopman Jacob Speenhoff. Jacobus Hendrikus kreeg de naam Speenhoff pas in 1872 toen zijn ouders met elkaar in het huwelijk traden. Het gezin ging aan de Dorpsstraat in Krimpen aan de Lek in de buurt van de toenmalige Nederlands hervormde kerk wonen, waar zijn vader een fabriek in isoleermateriaal runde. In die plaats groeide Koos op en ging er naar de lagere school.
Na een onvoltooide studie aan de HBS in Rotterdam, meldde Jacobus zich bij de Koninklijke Marine waar hij aan de slag ging als leerling-machinist. Drie jaar later werd hij na een ongeval echter afgekeurd en moest hij de marine verlaten. Daarna trad hij als vertegenwoordiger buitenland in dienst bij het bedrijf van zijn vader. Die functie verveelde hem en hij bleek er ook niet geschikt voor. In 1895 besloot hij zijn ouderlijke huis te verlaten en te verhuizen naar Rotterdam. Daar hoopte hij van zijn hobby, namelijk het schrijven van versjes en liedjes, zijn beroep te maken.

In 1902 maakte Speenhoff als dichter-zanger zijn debuut in de Rotterdamse Tivoli-Schouwburg. Daarna is zijn loopbaan in korte tijd tot grote bloei gekomen. Koos zong in alle openheid over het volkse leven; over armoede, criminaliteit en prostitutie waarbij hij het gebruik van ‘onzedelijke’ woorden als sloerie, billen en de uitdrukking stijf-vloeken niet schuwde. Hoewel er veel waardering was voor zijn werk, kreeg hij ook veel kritiek te verduren uit voornamelijk de katholieke hoek die van schande sprak. De verbazing was dan ook erg groot toen Speenhoff zich in 1915 tot het katholicisme bekeerde en verklaarde zich te schamen voor zijn vroegere werk. Die omkeer en de ondoordachte en soms tegenstrijdige uitspraken die hij later deed, hadden een enorme impact op zijn populariteit. Steeds vaker werd hij het mikpunt van spot. In de jaren die volgden klaagde hij over het gebrek aan serieuze erkenning voor zijn werk.
Tijdens de Tweede wereldoorlog ging het gerucht dat Speenhoff lid was geworden van de NSB. Dit kwam doordat zijn dochter Ceesje Speenhoff onder haar eigen naam meewerkte aan een pro-Duitse radioprogramma. Koos heeft echter altijd afstand genomen van de politieke activiteiten van zijn dochter. De zanger overleed uiteindelijk tijdens het geallieerde bombardement op Den Haag van 3 maart 1945. Zijn vrouw Cesarina Prins met wie hij in 1905 was gehuwd, overleed een jaar later.

Tijdens het invoeren van de namen uit de bevolkingsregisters in ons Vele Handenproject uit 2020 kwamen we regelmatig opmerkelijke personen of onderwerpen tegen. In deze rubriek lichten we een aantal van deze verhalen uit.

Koos Speenhoff