In 1898 verwierf de Librije op een veiling een bijzonder boekwerkje (inv.nr. 2306 D 2). De titel is “Fasciculus myrre : dit is een sonderlinge devote materie van die passie ons heeren Jesu Christi”. Het werd in opdracht van de gardiaan van minderbroeders te Antwerpen, Matthijs van Dordrecht, gedrukt in Antwerpen door Symon Cock in 1539 als een van de vele drukken van dit boek in de eerste helft van de 16e eeuw. Zoals de titel al zegt gaat het om het lijden van Christus. Het werk is geïllustreerd met kleine houtsneden.
Wat dit boek vooral interessant maakt is de band, fraai gebonden in leer, met koperbeslag en op de voorkant een ivoren snijwerk waarvan het thema goed aansluit bij de inhoud van het boek. Het stelt namelijk de kruisiging van Christus voor. Onder drie gotische bogen hangt Christus aan het kruis. Links staat Maria die, bijna bezwijmend onder haar verdriet, wordt ondersteund door heilige vrouwen. Rechts Johannes de evangelist met in zijn rechterhand een boek. Uiterst rechts zien we twee mannen met opvallende hoofddeksels waarvan er een een boekrol in zijn hand houdt. Deze mannen zijn Joden en zouden in concreto de hogepriesters kunnen zijn die betrokken waren bij de veroordeling van Christus. Op een abstracter niveau zouden zij de tegenstelling tussen het christelijke en het joodse geloof benadrukken: het evangelie van Johannes en de boekrol van het oude testament.

Naar de mening van prof. dr. Frits Scholten, senior conservator beeldhouwkunst van het Rijksmuseum Amsterdam, dat zelf ook vergelijkbare ivoortjes bezit, is dit een mooi voorbeeld van hergebruik van een vroeg-15e-eeuws ivoren paneeltjes en mogelijk de rechterhelft van een tweeluik. Het paneeltje in onze Librije vertoont geen sporen van de scharnieren van een linkerhelft van het tweeluik. De randen van ons exemplaar zijn echter vrij smal, dus mogelijk is het ivoor wat bijgesneden, ook om het passend te maken voor de plaatsing in de leren band.

In de 14e eeuw zijn ivoren tweeluikjes met rechts een kruisiging heel populair. Ze worden in enorme aantallen gemaakt in diverse steden zoals Parijs en Keulen door anonieme ivoorsnijders, en verkocht aan de opkomende burgerij. Die kan zich zo’n ivoren tweeluikje wel veroorloven en volgt daarmee op bescheiden wijze de adel, die voor zichzelf diptieken van edele metalen laat maken of veel verfijndere en uitgebreidere ivoren veelluiken. Vaak bestaat de linkerhelft van een tweeluik uit een tronende Maria met Christuskind of een voorstelling van de geboorte van Jezus. Ze worden gebruikt voor privédevotie en hun handzame formaat, het Goudse ivoortje meet h 8,6 x b 5,2 x d 0,4 cm, maakt het mogelijk ze makkelijk mee te nemen. In de 15e eeuw worden vereenvoudigde vormen van de 14e-eeuwse ivoortjes geproduceerd waarschijnlijk in de Zuidelijke Nederlanden. Deze kenmerken zich door een grovere uitvoering. Kijk bijvoorbeeld bij ons ivoortje naar de handen en voeten van Jezus en het gebrek aan souplesse in het snijwerk van de ledematen.

Naast het ivoortje heeft deze boekband nog een opvallend element: dunne, koperen plaatjes met een kop, die geïnspireerd lijken op antieke munten met een Gorgonenkop. Het British Museum in Londen bezit een dergelijke didrachme. De koperen schijfjes op onze boekband hebben echter nooit gefungeerd als betaalmiddel en zijn rechtstreeks op de boekband verlijmd.

Bronnen:
1. E-mailwisseling Rijksmuseum Amsterdam oktober-november 2017.
2. Nina Rowe, Pocket Crucifixions: Jesus, Jews, and ownership in fourteenth-century ivories, 2011.

Foto's: Nico J. Boerboom

Bijzondere boekband uit de Librije