Onlangs kreeg Jan Willem Klein, onze oud-medewerker en specialist Middelnederlandse letterkunde, een vraag toegespeeld van Angéline Rais uit Londen over een boek dat uit Gouda afkomstig is. Zij is bezig met het reconstrueren van de geschiedenis van het boek voor de MEI (een database over Material Evidence in Incunabula) en kwam er niet uit. Het betreft twee van de drie delen van de Opera omnia van de Heilige Ambrosius, gedrukt in Bazel bij Johann Amerbach in 1492. Jan Willem zocht het uit.

De boeken bevinden zich thans in de bibliotheek van Lambeth Palace, de residentie van de aartsbisschop van Canterbury. Ze staan echter vol met (bijna onleesbaar gemaakte) bezittersaantekeningen van het Goudse Collatiehuis. Bovendien bevatten ze een bezittersaantekening van Librije-custos Theodorus Hopcooper, gedateerd 1613. De boeken van de Collatiebroeders zijn echter pas in 1630 overgedragen aan de stadslibrije. In de confiscatielijst van de boeken van de broeders uit 1630 staat het boek inderdaad vermeld. Hoe kan Hopcooper dan al in 1613 zijn naam in het boek geschreven hebben?

Wie bekend is met de geschiedenis van de Goudse librije weet dat Theodorus of Dirck, Hopcooper in de beginperiode van de librije belangrijke zaken heeft geregeld. Zo heeft hij bij de confiscaties van de kloosterbibliotheken de boekenlijsten samengesteld. De tijd rond 1611-1612 was cruciaal voor de stadsbibliotheek. Alles wijst erop dat de magistraat, na een aarzelend begin vanaf 1594, nu echt spijkers met koppen wilde slaan. In 1610 was de restauratie van de St. Janskerk na de brand van 1552 afgerond. Waarschijnlijk is men toen begonnen om een definitieve stadslibrije in te richten. In 1612 werd vanuit de magistraat een eerste college van Librijemeesters aangesteld. Toen werd ook het eerste reglement voor de librije opgesteld. In 1611 zijn er ook enkele kleinere boekenlijsten opgesteld van de geconfisqueerde boeken van Stein en van de Collatiebroeders – in de karakteristieke hand van Hopcooper. Hij wist dus dat niet alleen de Collatiebroeders een (incomplete) Opera omnia van Ambrosius bezat, maar ook dat een complete set al rond 1600 in de stadslibrije aanwezig was. Die staat tenminste vermeld in de librijecatalogus die in ca. 1600 opgesteld is. Daarom kon Hopcooper bij voorbaat het exemplaar van de Collatiebroeders afschrijven voor de stadsbibliotheek, en het incomplete werk voor zichzelf claimen. Zodoende schreef hij in 1613 zijn naam in het boek. Hij kon er echter nog geen aanspraak op maken, omdat de boeken nog onder beheer van de laatste broeder waren. Pas na de dood van de laatste broeder in 1630 kwamen de boeken vrij voor plaatsing in de librije. Toen is de boekenlijst van de bibliotheek van het Collatiehuis opgemaakt. Daar staan de twee delen van Ambrosius in. Maar deze delen zijn dus nooit in de stadslibrije geplaatst. Ze zijn direct in handen gekomen van Hopcooper.

De complete set van drie delen, die rond 1600 al in de stadslibrije was, kunnen we volgen tot de catalogus van 1671. Na die tijd zijn ook deze drie delen van de hand gedaan. Ze komen niet meer voor in de latere catalogi. De lotgevallen van de twee delen die Hopcooper vanaf 1630 bezat, zijn maar beperkt bekend. Ervan uitgaande dat hij de boeken tot zijn dood in bezit had, zijn zij na 1652 een zwervend bestaan gaan leiden. Volgens de beschrijving in de MEI is het boek terecht gekomen bij de Amsterdamse boekbinder Abraham van Rossum, die werkzaam was in de periode 1851-1880. Hij heeft de originele band gerestaureerd. Rond 1925 is het boek verhandeld door een anonieme Britse boekhandelaar, blijkens de prijs van £4.4.0 die er in gezet is. Het bevond zich toen dus in Groot Brittannië, waarschijnlijk Londen. De volgende eigenaar was Max Teichmann-Derville (1876-1963), die zijn ex-libris er in geplakt heeft. In 1953 schonk Teichmann-Deville het boek aan de toenmalige aartsbisschop van Canterbury, Geoffrey Francis Fisher. De schenkingsaantekening staat in het eerste deel. De eerwaarde Geoffrey Fisher liet het werk opnemen in de bibliotheek van Lambeth Palace, waar het zich sindsdien bevindt.

titelpagina